Blessurepreventie

Als de sportmasseur een sporter begeleidt, is het belangrijk te weten hoe de lichamelijke gesteldheid van deze sportman/vrouw is. De allereerste keer kan hij een functieonderzoek doen. De gegevens van dit functieonderzoek kan hij vastleggen in een meetformulier. Elke volgende keer kan hij de gegevens vergelijken om te zien of training en wedstrijd negatieve of positieve gevolgen hebben op de lichamelijke gesteldheid. Het is niet noodzakelijk om het gehele functieonderzoek voor elke behandeling opnieuw uit te voeren. Volstaan kan dan worden met een eenvoudige anamnese, inspectie en spierlengtetesten voor de spieren die bij een bepaalde tak van sport verhoogd belast worden.

Voorlichting speelt een zeer belangrijke rol bij de blessurepreventie. Veel sporters zijn onwetend over de oorzaken van sportletsels. Met de regelmaat van de klok moet aan de sportbeoefenaar, aan het sporttechnisch kader en aan besturen van sportverenigingen verteld worden welke factoren in belangrijke mate bijdragen tot het ontstaan van sportletsels.

Blessurepreventie is het gezonde lichaam gezond houden. Het lichaam (bewegingsapparaat) moet beoordeeld en behandeld worden als het nog gezond is. In het algemeen wordt pas behandeld, als het kwaad al is geschied, er wordt dan behandeld op basis van een blessure. Overbelasting sluipt vaak langzaam in.

Er is nog geen duidelijke blessure, maar de eerste signalen zijn er wel, doch deze worden niet of nauwelijks onderkend. Onderzoek, advies, massage, herstelbevorderende oefeningen en maatregelen zijn hier dan geïndiceerd. Het aanpassen van het bewegingsapparaat aan de sportbelasting is een "must".

Preventie moet geschieden door in te grijpen op het niveau van de oorzakelijke factoren. Dit ingrijpen kan per factor afzonderlijk of met meerdere factoren tegelijkertijd gebeuren. Tevens mag niet vergeten worden dat de factoren elkaar kunnen beïnvloeden.

De belastbaarheid is gegeven door de toestand waarin de interne, persoonsgebonden factoren zich bevinden. De verhouding tussen belasting en belastbaarheid moet zodanig zijn dat deze in evenwicht is. Preventie moet dan ook gericht zijn op het bereiken, c.q. handhaven van dit evenwicht. Hiertoe kan de belastbaarheid verhoogd en/of de belasting verlaagd worden. Door de belastbaarheid van de sporter te verhogen neemt zijn `vatbaarheid` voor blessures af.

Blessurepreventie is het totaal aan maatregelen, dat je kunt nemen, om schade aan de gezondheid ten gevolge van sportbeoefening te voorkomen.

Bij blessurepreventie is het belangrijk de (endogene) factoren en de omgevingsgebonden (exogene) factoren optimaal op elkaar af te stemmen. Blessures kunnen ontstaan doordat de belasting (de uit de omgeving komende factoren) groter is dan de belastbaarheid (de persoonsgebonden factoren).

Door de belasting groter te maken dan de belastbaarheid wordt de belastbaarheid van het lichaam op den duur vergroot en zie je aanpassingen in het gehele lichaam. Belangrijk is wel, dat je het lichaam steeds kans geeft om zich te herstellen. Want belasting en herstel is een functionele eenheid. Bij het sporten blijkt vaak dat de belasting te hoog is en dat hierdoor blessures heel langzaam binnen sluipen.

Blessures kunnen als volgt worden ingedeeld:

  • Acute persoonsgebonden letsels.
  • Kleine overbelastingen veroorzaken vaak blessures
  • Letsels die vanuit de omgeving worden veroorzaakt
  • Vaak zijn letsels een combinatie van beide bovengenoemde factoren


  1e consult:   Tarief: €20,-
vervolg:       Tarief: €15,-